Boekrecensie: Waarom de hel naar zwavel stinkt

Omdat ik nog de vakantiesfeer zit, een recap van mijn zomerse leesvoer in een aantal mosterd-na-de-maaltijd-recensies van boeken die al wat langer op de plank liggen.

In de Goddelijke komedie beschrijft Dante Alighieri een reis door de hel. Kring na kring daalt hij dieper in de aarde af en ontmoet eeuwiggestrafte zondaars van allerlei pluimage (plus zijn politieke tegenstanders). In Waarom de hel naar zwavel stinkt neemt geologieprofessor Salomon Kroonenberg zijn lezers in het spoor van Dante en andere schrijvers mee voor een tocht langs de geologie van de hel.

Dit verhaal begint bij toegang tot de onderwereld. Vergilius situeert deze bijvoorbeeld bij het Lago Averno in Italië, waar een geur van zwavel zou rondhangen en vogels in vlucht dood neervallen. Kroonenberg bezoekt de hedendaagse (inmiddels serene) locatie en vertelt over achtergronden van de geologische activiteit. Het Lago Averno ligt bijvoorbeeld op een caldera, een reuzenvulkaan. Het boek voert hem verder onder andere naar de afgelegen Chinese provincie Xinjiang, een hypermoderne Zweedse mijn en de olievelden van Azerbeidjan.

Waarom de hel naar zwavel stinkt

Vanaf de poort daalt Kroonenberg Laagje na laagje verder af in de aarde, terwijl hij de achterliggende geologie verklaart. Hoe vormden zich alle kalksteen rond de Middellandse Zee? Hoe ontstaan in kalksteen valleien en ondergrondse rivieren? En hoe heeft deze bodemgesteldheid in Griekenland het beeld van de onderwereld beïnvloed? Ook de grote ideeën van de geologie, zoals plaattektoniek en de diepe interne structuur van de aarde komen aan bod. Dit alles is heel helder opgeschreven, hoewel Kroonenberg op detailniveau graag met jargon smijt.

Het verhaal is ontzettend aanstekelijk en leesbaar, vooral door het plezier dat Kroonenberg beleeft aan het combineren van literaire citaten en geologie. Op zijn site vertelt hij dan ook lang verscheurt te zijn geweest tussen talen en de natuurwetenschap. Zelfs na een succesvolle carrière is dat niet helemaal weggeëbd: ‘soms kijk ik naar die oude grammatica’s in de boekenkast en dan knaagt het weer.’

Op een subtiele manier verraadt het boek bovendien veel over inspiratie die mensen naar de wetenschap lokt. Kroonenberg vertelt hoe hij als jongetje Verne verslindt, met zijn oom dieren determineert en hoe hij dwangmatige stenen verzamelt. Zijn passie klinkt bovendien door als hij met ingehouden woede fulmineert over de vernielingen die mensen aanrichten in de de bodem en het algemene gebrek aan belangstelling voor de grond onder onze voeten.

De enige beperking van Kroonenbergs relaas, zo geeft hij zelf ook toe, is dat maar weinig schrijvers zich diep in de aarde heb gewaagd. Zelfs Verne’s Reis naar het middelpunt van de aarde komt feitelijk niet in de buurt van de aardkern. Dat is eigenlijk exemplarisch voor de geringe mate waarin het binnenste van de aarde is onderzocht (dieper dan ~12 km is er nooit geboord). Het boek behandelt daarom vooral de buitenste laag van de aarde en waagt zich uiteindelijk nog aan een fantasievolle reis vanuit het middelpunt naar boven. Daar vlak onder het oppervlak ontdekt Kroonenberg de moderne hel en in tegenstelling tot Dante’s tijd hebben we geen god meer nodig om deze te vormen. De mensheid ondergraaft zichzelf als een horde onverbeterlijke mollen zichzelf ondergraaft en maakt alles onder haar voeten kapot.

Waarom de hel naar zwavel stinkt – Salomon Kroonenberg
400 pagina’s, Paperback (25€)

Leave a Comment