Nieuw doelwit in de strijd tegen depressie

Depressie lijkt de laatste jaren een nationale obsessie. Een begrijpelijke interesse aangezien 16% van de bevolking in zijn/haar leven te maken krijgt met deze hersenziekte. Hoewel succesvolle therapie tegenwoordig mogelijk is, zijn er nog ontzettend veel vragen rond het ziekteproces. Deze maand werd bewijs gepubliceerd dat het MAPK communicatiesysteem een is verstoord in depressie. Dit nieuwe doelwit kan potentieel voor medicijnen gaan zorgen.

De ontdekking begon met de zoektocht naar genen die meer/minder actief zijn in depressieve patiënten dan in gezonde personen. Het doelweefsel was de hippocampus, het hersengebied dat je in staat stelt te leren, aangezien dit in depressie afwijkt. Bij 21 overleden patiënten en 18 gezonde controlelichamen werden twee gebieden (dentate gyrus + CA1) uit de hippocampus verwijderd. De activiteit van alle genen in dit weefsel werd onderzocht op een DNA-chip. Het gen MKP-1 bleek in beide gebieden meer dan twee maal zo actief te zijn als normaal. Het gen werd verder onderzocht in een ratmodel, waarin depressie wordt gesimuleerd door constante stress. Ook in deze ratten vertoonde het een toegenomen activiteit.

Het was al bekend dat het door MKP-1 gecodeerde eiwit communicatie remt binnen het MAPK communicatiesysteem. Hoe gaat dat in zijn werk? MAPK zorgt voor communicatie van de celmembraan naar de kern waar het erfelijk materiaal ligt. Hier worden vervolgens bepaalde genen geactiveerd.
Je kunt je dit voorstellen als het spel waarbij kleuters in een kring zitten en een boodschap – meestal onsuccesvol – rond laten gaan door haar iedere keer bij de volgende in te fluisteren. Als je deze metafoor volgt, zijn de kinderen de eiwitten. Zij worden actief zodra een ander enzym een fosfaatmolecuul op ze plaatst. Op hun beurt doen zij hetzelfde bij een volgende schakel in de keten. Het enige verschil is dat de cel de boodschap steeds verder versterkt door meer eiwitten te activeren. MKP-1 past in dit systeem doordat het een enzym is dat fosfaat verwijdert en zo de communicatie remt.

Dit is natuurlijk al zeer interessant. Zeker als je bedenkt dat MAPK belangrijk is voor de functioneren van hersencellen en de hippocampus één van de weinige plekke is waar celdeling plaatsvindt in het brein. Maar het is op deze manier nog niet duidelijk of de sterk actieve MKP-1 een oorzaak of gevolg is van depressie. Waarom is dit verschil zo belangrijk? In het tweede geval wordt het eiwit namelijk interessant als doelwit voor geneesmiddelen.

Om deze vraag te beantwoorden deden de onderzoekers twee dingen. Ten eerste bestudeerden ze een muis die geen MKP-1 gen heeft. Als het gen echt depressie kan veroorzaken, moet deze muis minder gevoelig zijn voor depressie. Ten tweede brachten ze met een virus een hele actieve versie van het gen in de hippocampus van ratten. In dit geval zou dat tot depressieachtige symptomen moeten leiden. Beide experimenten wezen erop dat MKP-1 zelf depressie kan veroorzaken en niet slechts een symptoom is.

Helaas kan er nog ontzettend veel misgaan op weg naar nieuwe medicijnen. Er zal eerst nog meer onderzoek naar dit systeem moeten worden gedaan. Bovendien is depressie een zeer ingewikkelde ziekten waar omgevingsfactoren, en hun interactie met aanwezige genen zeer invloedrijk zijn. De strijd is nog lang niet gewonnen dus, maar langzamerhand worden we in ieder geval minder onwetend over depressie.

CC: foto

2 thoughts on “Nieuw doelwit in de strijd tegen depressie

  1. Het optimisme na het ophelderen van het genoom en het vinden van de eerste risicofactoren is idd echt wel weg. Voor depressie zijn nog enkele echt krachtige risicogenen gevonden, maar voor schizofrenie lijken ze echt niet te bestaan. En therapie op basis van die genen is echt héél ver weg. Het lijkt wel tijd voor nieuwe invalshoeken voor onderzoek, met meer ruimte voor milieu-invloeden.

  2. De laatste alinea lijkt mij in dit stukje de belangrijkste. Er worden vaak onderzoeken gepubliceerd die wijzen op een correlatie tussen een ziekte en een gen.
    Naar mijn mening wordt echter vaak te veel aandacht aan dat ene gen besteed terwijl de kans groot is dat er meer genen een rol spelen bij dit soort ziektes.
    Daarom vind ik het ook storend dat dit soort onderzoeken vaak pretenderen (weet niet of dat hier ook het geval is omdat ik dit specifieke onderzoek niet heb gelezen) doen alsof ze de toegangspoort naar een werkzaam medicijn hebben gevonden.
    Er zijn al zoveel genen geïdentificeerd maar vaak hebben ze niet tot betere medicatie geleid.
    Kortom, bedankt voor de relativerende toon in de laatste alinea.

Leave a Comment