Portfolio

Achtergronden//Interviews//Reportage//Eigen onderzoek//Nieuws


Achtergronden

openaccess

De moeizame weg naar open access
In 2024 moeten alle artikelen van Nederlandse wetenschappers gratis te lezen zijn. Dat schreef Sander Dekker, staatssecretaris van Onderwijs, in 2013 aan de Tweede Kamer. Momenteel staan de meeste wetenschappelijke tijdschriften achter de digitale tolpoortjes van uitgeverijen. Universiteiten betalen jaarlijks abonnementskosten om deze in te mogen zien.

De bewindsman ziet veel voordelen in het omarmen van openheid. Zo blijven burgers, studenten en armlastige onderzoekers op de hoogte van de nieuwste wetenschap.Dat is niet alleen een principekwestie maar ook een stimulans
voor de economie, meent Dekker. ‘De vrij toegankelijkheid kan bedrijven, groot en klein, helpen bij het ontwikkelen
en toepassen van innovaties.’ [Lees verder…]

ruimtelandbouw

Ruimtelandbouw als groeimarkt
Tijdens André Kuipers’ verblijf in het internationale ruimtestation ISS nam een bevoorradingsschip op een dag uien mee. ‘Die hield ik achter om te laten ontkiemen’, vertelt Kuipers. ‘Plantjes zijn daarboven heel bijzonder, omdat je de natuur en het leven mist. Er is alleen maar kunststof, metaal en machinegeluid.’ Voor Kuipers navolgers als astronaut zullen planten in de ruimte steeds normaler worden. Naarmate ruimtevaarders verder reizen, zullen ze steeds vaker hun eigen voedsel willen of zelfs moeten verbouwen.

In Wageningen vindt daarom steeds meer onderzoek plaats naar ‘ruimtelandbouw’. Dit jaar gingen twee nieuwe projecten van start.

Zo hoopt Tom Dueck meer groen naar het ruimtestation ISS te gaan brengen. De DLO-onderzoeker van Wageningen UR glastuinbouw werkt sinds kort met een Europees consortium van ruimtevaartingenieurs aan een mini-kas. Hierin kunnen bijvoorbeeld tomaten en radijsjes verbouwd gaan worden.[Lees verder…]


Interviews

vos

Edze Westra – ‘Makkelijk genen bewerken is geen science­fiction’
Het instituut waar Edze Westra werkt, kijkt uit over het heuvellandschap van Cornwall. ‘Je zou vanaf hier de zee zelfs moeten kunnen zien,’ zegt hij. Op zijn tenen staand tuurt de wetenschapper, korte broek en houthakkershemd, in de verte. Tevergeefs. De zee moet nog even wachten.

Westra heeft de wind in de zeilen. Sinds hij in 2013 naar deze campus kwam, bouwde hij een flinke onderzoeksgroep op. Hij onderzoekt de evolutie van bacteriën. Vooral hoe deze organismen zich tegen vijanden verdedigen. Afgelopen jaar won Westra de prestigieuze Heineken Young Scientist Award.
[Lees verder…]

bodde

Mike Boddé – ‘Soms voel ik me net een Vietnamveteraan’
Mike Boddé is vooral bekend door zijn absurde humor uit de Mike & Thomasshow, bij Kopspijkers en als cabaretier. In zijn boek Pil uit 2010 vertelt hij over een levensfase waarin er niets meer te lachen viel. Zeven jaar leed hij onder een inktzwarte depressie. In die jaren sleepte hij zich langs homeopaten en toverkollen, trok hij weer bij zijn ouders in en overleed zijn oudste broer. Op het moment dat het hij niet meer zag zitten, was daar dé pil. Het antidepressivum dat hem uit de depressie tilde. Pil is een oprecht en zelfs humoristisch relaas over deze fase waarin hij eerlijk en toegankelijk de impact van zijn depressie laat zien.

Vizier spreekt met Boddé na zijn lezing op het Open Mind symposium. Hij leest hier voor aan een publiek van psychologen, hulpverleners en patiënten. Hoewel het onderwerp bittere ernst is, krijgt ook hier Boddé het publiek aan het lachen: ‘Van psychiaters hoor ik dat patiënten komen met de mededeling: “Ik wil die pil van Mike Boddé”’ Na zijn relaas komen er uit de zaal geëmotioneerde verhalen van mensen die ook kampen met depressies. Hier toont hij opnieuw zijn serieuze kant en probeert zo goed mogelijk antwoord te geven op de vragen. ‘Het enige wat ik mensen wil meegeven: aarzel niet om hulp te zoeken, je hoeft niet alles alleen te doen.’ [Lees verder…]


Reportage

hoesten

Hoesten in Groesbeek
Longarts Martin Boeree doet een mondkapje op voordat hij door de luchtsluis naar de besmettelijke patiënten gaat. We zijn in het voormalig sanatorium Dekkerswald in Groesbeek waar nu een van de twee Nederlandse tuberculoseafdelingen is gehuisvest. ‘Er zijn hier echt nooit besmettingen,’ stelt Boeree bezoekers gerust die angstig aan hun mondkapje frunniken. ‘Mensen zijn voornamelijk bang voor de reputatie van tbc. In Malawi werkte ik vijf jaar zonder mondkapje zonder dat er iets aan de hand was.’

Binnen op de afdeling zoemen afzuiginstallaties die voor onderdruk zorgen. De afgezogen lucht wordt op zolder gesteriliseerd door een machine zo groot als twee tractoren. Een arts met mondkapje is net bezig bloed te prikken bij een vermagerde man. ‘Het is wel goed hier,’ zegt de patiënt. ‘Maar ik slaap slecht door het lawaai van dat rotding.’ In de hoek hangt een afzuigcilinder. [Lees verder…]

veni

De strijd om de Veni
De top bereiken is vrijwel overal een subtiel spel waar onduidelijke vaardigheden en schimmige tactieken de hoofdrol spelen. Zo niet in de academische wereld. Hier is de weg omhoog duidelijk uitgestippeld in afgebakende treden: PhD, postdoc, UD, UHD en hoogleraar. Bij de onderste twee categorieën vindt de belangrijkste schifting plaats: van de postdocs komt uiteindelijk maar een derde in een vaste academische functie terecht.

Het beste ticket naar zo’n functie is een Veni-beurs van NWO. Met dit bedrag betaal je je eigen onderzoek en ben je dus enkele jaren verzekerd van werk. Dat betekent ook weer een stap dichter bij een vaste universitaire functie, die uiteindelijk kan leiden tot het hoogleraarschap.

De strijd om de Veni’s wordt elk jaar heftiger en dat beseffen jonge wetenschappers maar al te goed. De aanvraag is dan ook een zenuwslopende exercitie die de kandidaten acht maanden lang voortdurend op de proef stelt. Hoe beleven zij zelf dit proces, waarvan de uitkomst zo’n belangrijk stempel gaat drukken op hun toekomst? Resource keek dit jaar mee met drie wetenschappers op jacht naar een Veni.[Lees verder…]


Eigen onderzoek

uitgever

In de klauwen van de uitgever
Predatory publishers, of rooftijdschriften, ontstaan in het kielzog van succesvolle open access (OA)-bladen zoals PLoS ONE. OA-bladen lees je gratis, maar auteurs betalen een publication fee. Je kunt dus zo’n tijdschrift oprichten en de vergoeding incasseren zonder te investeren in zaken als peer review, betrouwbare archivering en redacties. Natuurlijk waren er altijd al slechte bladen, zegt informatiespecialist Wouter Gerritsma, maar het internet verergert dit: ‘Het is veel gemakkelijker geworden om een uitgever te zijn. Je hoeft maar een site te hebben en je kunt artikelen publiceren als pdf.’ Inmiddels zijn er wereldwijd honderden wetenschappelijke tijdschriften waarvan de kwaliteit en de intenties op z’n minst discutabel zijn. Voor een publicatie vragen ze bedragen die variëren van enkele honderden, tot meer dan duizend euro.

Ook Wageningse onderzoekers laten zich soms om de tuin leiden. Zo publiceerde Paul Struik, hoogleraar Gewasfysiologie, vorig jaar twee papers in tijdschriften van predatory publisher Academic Journals. Daar kijkt hij nu met veel spijt op terug, zo laat hij weten. [Lees verder…]

geniep

Publiceren in het geniep
Voor Sander Kersten bracht 2013 op de valreep nog een onaangename verrassing. Zoals vaker googelde de voedingswetenschapper op zijn onderwerp, het eiwit Angptl4. Daar trof hij een artikel aan dat zijn aandacht trok: een matig schrijfsel van een voormalige masterstudent van hem, met vertrouwelijke data uit Kerstens lab én de naam van zijn vakgroep erbij. Het artikel was gepubliceerd in een open acces tijdschrift van twijfelachtig allooi, maar wekte de indruk een serieus onderzoeksdocument te zijn.

Een verbijsterde Kersten nam contact op met zijn voormalige student, een Jemeniet die inmiddels in zijn Maleisië woonde. Kersten: ‘Hij reageerde verrast. Naar eigen zeggen verkeerde hij in de veronderstelling dat hij de data mocht publiceren, met een verwijzing naar Wageningen. Dat de academische mores dat verbieden bleek nieuw voor hem.’ Maar Kersten twijfelt aan het verhaal. ‘Ik vind het moeilijk te bepalen in welke mate hij deze onwetendheid veinst.’ [Lees verder…]


Nieuws

aardbeving

Hoe de Japanners bouwen tegen beven
Japanse wolkenkrabbers zijn dankzij aanpassingen bij de bouw bestand tegen zware aardbevingen. Hoewel ze op filmbeelden van de ramp van vrijdag hevig heen en weer zwiepten, stonden ze achteraf nog stevig overeind. Dankzij hun geschiedenis vol bevingen en tsunami’s zijn Japanse ingenieurs experts in het wapenen van gebouwen tegen het trillen van de aarde.

Om wolkenkrabbers aardbevingsbestendig te maken, moet het ontwerp voorkomen dat ze steeds heviger meezwiepen met de bodemtrillingen en uiteindelijk omvallen. Hiervoor veranderen ingenieurs de ‘eigenfrequentie’, de frequentie waarmee het gebouw gaat trillen wanneer het wordt aangestoten. ‘Je kunt dit het best vergelijken met kinderen die elkaar aanduwen op een schommel’, aldus Sander Pasterkamp, bouwkundig onderzoeker aan de TU Delft. ‘De frequentie van het duwen moet gelijk zijn met die van de schommel. Bij een verkeerde frequentie ga je niet meer zo snel heen en weer.’ [Lees verder…]

bruinvis

Zeehonden blijken bruinvissen te verminken
De daders van de mysterieuze verminkingen van bruinvissen zijn gevonden: grijze zeehonden. Zij bejagen de bruinvissen voor hun voedzame spek. Het is de eindconclusie van langdurig forensisch onderzoek door Imares, het NIOZ en de Universiteit Utrecht.

Smoking gun was het in bijtwonden gevonden zeehonden-DNA. Op drie aangespoelde bruinvissen zat erfelijk materiaal van verschillende zeehonden. Verder zagen anatomen tijdens secties bijt- en nagelsporen bij één op de vier aangespoelde bruinvissen. Deze verwondingen leken bovendien sterk op hetgeen onderzoekers zagen toen ze met een zeehondenschedel een aanval simuleerden, zegt Mardik Leopold, DLO-onderzoeker bij Imares.

Toen in 2006 duidelijk werd dat jaarlijks tientallen uiteengereten bruinvissen aanspoelen, zorgde dat voor bittere discussies. Aanvankelijk dachten experts dat vissers bruinvissen die in hun ‘staand want’ belanden aan stukken snijden. De vissers reageerden furieus. Deze verklaring bleek echter onhoudbaar toen jaarlijks meer en meer dieren aanspoelden, van Zeeland tot de Wadden. Ook onderzoek naar scheepsschroeven en baggeraars leverde niets op. Uiteindelijk bedacht een Belgische onderzoeker in 2012 de zeehondhypothese.[Lees verder…]