De moeizame weg naar open access

Nederlandse wetenschappelijke publicaties moeten vanaf 2024 vrij toegankelijk zijn voor iedereen. Maar de onderhandelingen tussen universiteiten en uitgeverijen over open access verlopen vooralsnog moeizaam. ‘In 2015 is het erop of eronder.’

Tekst: Rob Ramaker
Illustratie: Henk van Ruitenbeek

In 2024 moeten alle artikelen van Nederlandse wetenschappers gratis te lezen zijn. Dat schreef Sander Dekker, staatssecretaris van Onderwijs, in 2013 aan de Tweede Kamer. Momenteel staan de meeste wetenschappelijke tijdschriften achter de digitale tolpoortjes van uitgeverijen. Universiteiten betalen jaarlijks abonnementskosten om deze in te mogen zien.

De bewindsman ziet veel voordelen in het omarmen van openheid. Zo blijven burgers, studenten en armlastige onderzoekers op de hoogte van de nieuwste wetenschap.Dat is niet alleen een principekwestie maar ook een stimulans
voor de economie, meent Dekker. ‘De vrij toegankelijkheid kan bedrijven, groot en klein, helpen bij het ontwikkelen
en toepassen van innovaties.’

oa

BIG DEALS
De vraag is echter of de universiteiten de grote wetenschappelijke uitgeverijen ervan kunnen overtuigen om hun artikelen vrij toegankelijk, oftewel open access (OA), te maken. Afgelopen jaar begon de Vereniging van Nederlandse Universiteiten (VSNU) onderhandelingen met enkele grote uitgeverijen om Dekkers visie werkelijkheid te maken. De universiteiten zetten daarbij ambitieus in: ze willen dat alle artikelen open acces zijn, zonder dat meer kost dan de abonnementen nu.

Want kosten zijn er natuurlijk nog wel, in een systeem van open publicaties. Iemand moet nog steeds betalen voor het maken van tijdschriften. Uitgeverijen zorgen immers voor kwaliteitscontrole, opmaak en archivering. Allemaal niet gratis. Alleen betaalt voortaan de auteur en niet de lezer. In Nederland zijn de abonnementskosten gemeenschappelijk vastgesteld in big deals voor tijdschriftenbundels, met een totale waarde van 34 miljoen euro. De VSNU wil deze deals omzetten in – even dure – contracten die ook recht geven open access te publiceren.

Het eerste succesje is er al. Met Springer, één van de drie grootste wetenschappelijke uitgeverijen ter wereld, is er een akkoord op hoofdlijnen. Tegen een ‘minimale kostenstijging’ mogen alle corresponderende auteurs aan Nederlandse universiteiten open publiceren in ‘nagenoeg alle’ vijftienhonderd bladen van Springer. Over de details wordt nog onderhandeld. Dat juist Springer als eerste toehapte, is niet verbazingwekkend. De uitgeverij nam al een OA-uitgever over en zet zelf stevig in op ‘open’.

‘Ik denk niet dat de uitgeverijen zomaar hun ruime winstmarges zullen prijs geven.’

PIONIER
Zolang het aloude systeem van abonnementen en Open Access nog naast elkaar bestaan loopt Nederland het risico om als pionier juist meer te betalen. Iets waar Marcel Dicke, hoogleraar Entomologie, bang voor is. Om een artikel open access te maken, betalen wetenschappers nu gemiddeld 1100 tot 1500 euro. Zolang de universiteiten er niet in slagen om de abonnementskosten naar beneden te krijgen komt dat bovenop de oude rekening van 34 miljoen, zo vreest Dicke. ‘De wetenschap als geheel publiceert in Nederland zo’n 40 duizend artikelen. Daarmee kom je op circa 50 miljoen euro extra.’

Maar dat is een worst case scenario. Koen Becking, collegevoorzitter van Tilburg University en VSNU-onderhandelaar denkt dat zo’n ‘double dipping’ voorkomen kan worden. Hij wijst op het akkoord met Springer. ‘Met deze deal bewijzen we dat het anders kan. We hebben geen double dipping en geen excessieve kostenstijging.’

Dicke is echter niet optimistisch over de kans op verdere deals. ‘Ik denk niet dat de uitgeverijen zomaar hun ruime winstmarges zullen prijs geven.’ Dat leek afgelopen oktober bevestigd te worden, toen de onderhandelingen stukliepen met een andere uitgeefreus, het in Amsterdam gevestigde Elsevier. In een persbericht schreef de VSNU dat het voorstel van Elsevier ‘op geen enkele manier ingaat op de gevraagde, noodzakelijke verandering naar open access’.

Het is volgens Becking niet verbazingwekkend dat sommige onderhandelingen lastiger verlopen. ‘De transitie naar OA heeft natuurlijk gevolgen voor het business model van uitgeverijen’, zegt hij. ‘Het wordt een flinke klus een nieuw business model te bedenken. De een neemt daarbij grotere stappen dan de ander.’ Elsevier gaf intussen aan niet te willen reageren zolang de onderhandelingen lopen.

GOUDEN ROUTE
Op het eerste gezicht heeft de VSNU nauwelijks troeven in handen om onwillige bedrijven te verleiden of dwingen mee te werken. De ‘grote drie’ uitgeverijen Elsevier, Springer en Wiley hebben een enorm marktaandeel. Bovendien werken zij niet in een normale markt. Elk tijdschrift heeft een eigen niche en bevat unieke artikelen.

Ook financieel hebben de uitgeverijen een hoop te verliezen, zegt Hubert Krekels, directeur van de WURbibliotheek. ‘Hun winstmarges zijn in de orde van 35 tot 40 procent. Absurde bedragen. De verhouding tussen operationele kosten en winst is niet meer uit te leggen in een tijd waarin (elektronisch) uitgeven goedkoper wordt.’

De universiteiten hebben echter ook bondgenoten. Niet alleen de staatssecretaris, maar ook steeds meer wetenschapsfinanciers en -instanties omarmen en steunen open access. Bovendien kan de VSNU de druk opvoeren als de onderhandelingen geen resultaat opleveren. ‘Als Elsevier niet voor deze zomer toegeeft, starten we een boycot’, zei Gerard Meijer, collegevoorzitter van de Radboud Universiteit en VNSU-onderhandelaar, zaterdag 10 januari in NRC. Eerst worden Nederlandse editors en adviseurs van Elsevier gevraagd op te stappen. Daarna volgen oproepen aan wetenschappers te stoppen met het beoordelen van werk, of zelfs publiceren bij Elsevier.

‘Als Elsevier niet voor deze zomer toegeeft, starten we een boycot.’

Niet iedereen is gelukkig met de nadruk die de onderhandelingen legen op het publiceren in wetenschappelijke tijdschriften. Zo ziet Marcel Dicke, hoogleraar entomologie, andere manieren om artikelen open acces te maken. Kopieën van artikelen kunnen nu al – zonder de opmaak – op een eigen website of in een databank worden gezet, constateert hij. ‘Dat mag gewoon van de grote uitgeverijen.’ Onderzoekers zouden zich voortaan tot die publicatiemogelijkheid kunnen beperken, de zogenaamde ‘groene route’. De regelgeving van het ministerie laat vooralsnog echter geen ruimte voor die mogelijkheid. Universiteiten worden gedwongen de ‘gouden route’ te volgen: publicatie via de tijdschriften.

In 2015 onderhandelt de VSNU verder met Elsevier en andere uitgeverijen. In een interview met het Nijmeegse magazine Vox gaf Meijer onlangs aan zeer vastberaden te zijn. Wat hem betreft was het tijd voor een ‘rebellie’ tegen de macht van de tijdschriften. En in 2015 is het er op of eronder voor het bereiken van 100 procent open acces in Nederland. ‘Het is een cruciaal moment voor ons. Als we inbinden is dat een groot verlies.’

Resource, 15 januari 2015 (link)
Een aangepast versie verscheen gelijktijdig in Univers (link)