Mike Boddé – ‘Soms voel ik me net een Vietnamveteraan’

Een cabaretier met een depressie. Het lijkt een bittere grap, maar voor Mike Boddé was het zeven jaar lang realiteit. Over deze depressie, het verlies van zijn broer en het medicijn dat hem genas, schreef hij de bestseller Pil. Nu reflecteert hij openhartig op zijn depressie en het succes van Pil.

Tekst: Rob Ramaker
Foto’s: Martijn Wehrens

Mike Boddé is vooral bekend door zijn absurde humor uit de Mike & Thomasshow, bij Kopspijkers en als cabaretier. In zijn boek Pil uit 2010 vertelt hij over een levensfase waarin er niets meer te lachen viel. Zeven jaar leed hij onder een inktzwarte depressie. In die jaren sleepte hij zich langs homeopaten en toverkollen, trok hij weer bij zijn ouders in en overleed zijn oudste broer. Op het moment dat het hij niet meer zag zitten, was daar dé pil. Het antidepressivum dat hem uit de depressie tilde. Pil is een oprecht en zelfs humoristisch relaas over deze fase waarin hij eerlijk en toegankelijk de impact van zijn depressie laat zien.
Vizier spreekt met Boddé na zijn lezing op het Open Mind symposium. Hij leest hier voor aan een publiek van psychologen, hulpverleners en patiënten. Hoewel het onderwerp bittere ernst is, krijgt ook hier Boddé het publiek aan het lachen: ‘Van psychiaters hoor ik dat patiënten komen met de mededeling: “Ik wil die pil van Mike Boddé”’ Na zijn relaas komen er uit de zaal geëmotioneerde verhalen van mensen die ook kampen met depressies. Hier toont hij opnieuw zijn serieuze kant en probeert zo goed mogelijk antwoord te geven op de vragen. ‘Het enige wat ik mensen wil meegeven: aarzel niet om hulp te zoeken, je hoeft niet alles alleen te doen.’

Na je lezing kwamen er emotionele reacties vanuit de zaal. Waarom denk je dat jouw verhaal dat effect sorteert?
‘Ik merk vaker dat toeschouwers graag hun persoonlijke ervaringen willen delen, gewoon omdat ze in de praktijk tegen een muur lopen. Als ze in hun nabije omgeving willen praten over hun depressie, dan stuiten ze op veel weerstand. Dit blijkt duidelijk uit de e-mails die ik krijg. Mensen vertellen dat ze mijn boek aan hun vader, broer of buurvrouw geven, zodat die eindelijk snappen waar ze het over hebben.’

Mike-3-of-5

Sommige mensen lijken je te zien als een soort laatste strohalm. Hoe ga je daarmee om?
‘Ik ben natuurlijk niet hun laatste strohalm. De meeste depressies gaan namelijk vanzelf over, andere zijn goed te behandelen en slechts een klein deel is onbehandelbaar. Soms wordt me de rol van depressievraagbaak opgedrongen, dat houd ik af. Mensen stellen me dan technische vragen over medicijnen en therapieën, maar daar kan ik geen antwoord op geven. Ik blijf benadrukken dat ik geen expert ben, maar een ervaringsdeskundige net als vele anderen. Het enige wat ik kan zeggen is: zoek hulp. En niet bij mij, maar bij een specialist.’

Ben je blij dat je mensen helpt met Pil?
‘Ja, hoewel ik het niet daarom schreef. Ik wilde alleen zeggen: dit is mijn verhaal. Ik vind het belangrijk dat mensen die in de aandacht staan zich uitspreken over hun depressie. Zonder er krampachtig of gereserveerd over te doen. Als je over dit onderwerp spreekt, moet je bereid zijn over de pijnlijke details te praten. Deze kwalen gaan over pijnlijke gedachten die je kunt hebben. Je moet bereid zijn iets van je diepste zielenroerselen bloot te geven, anders heeft niemand er wat aan.’

Vond je het moeilijk jezelf zo bloot te geven?
‘Nee, het is voor mij totaal niet moeilijk openhartig te zijn, zo ben ik nu eenmaal gebouwd. Ik ben altijd openhartig. Van mij mag je alles weten en het interesseert mij geen reet wat je daar van vindt. Ik sta ook wel eens in de Story met rare verhalen. Mij doet dat niet zo veel. Alleen zeggen anderen soms “dat hoef ik allemaal niet te weten over jou”. Dat hoeft ook niet. Ze hoeven niet naar mij te luisteren.’

‘Je moet bereid zijn iets van je diepste zielenroerselen bloot te geven.’

Er is dus niets dat je hebt verzwegen?
‘Er zijn natuurlijk dingen die ik heb weggelaten. Ik hield bijvoorbeeld een dagboek bij in mijn depressieve tijd dat vol staat met incoherente hersenspinsels. Niemand heeft er iets aan als ik zo’n berg zwartgallige onzin zou publiceren. Je moet het toch een vorm geven om het verteerbaar te maken. Dat lukte mij pas 10 jaar na mijn depressie. Ik heb ook vlak erna wel eens wat in een theatervoorstelling verwerkt. Nou, daar zat men niet op te wachten. Er moet een zekere afstand zitten tussen jou en het verhaal. Bij mij was die afstand te klein, ik was het verhaal eigenlijk nog. Dat werd pijnlijk.
‘Ook zijn er zaken over mensen in mijn omgeving die ik heb weggelaten. Over jezelf kun je alles prijsgeven, maar niet over anderen. Sommige mensen hebben op een domme manier gereageerd op mijn toestand. Je neemt hen tot op zekere hoogte in bescherming.
‘Maar niets in het boek is verzonnen. Het is allemaal echt gebeurd.’

Pil is ontzettend veel verkocht en uitgebreid besproken. Heb je het gevoel dat je een open zenuw hebt geraakt in de Nederlandse samenleving?
‘Een open zenuw, dat vind ik een goede vergelijking. Ik ben natuurlijk niet de eerste die er iets over zegt. Er zijn talloze boeken over depressie geschreven. Sommige zijn heel goed. Bijvoorbeeld, een fantàstisch boek van Rogi Wieg: Kameraad scheermes.
‘In al deze verhalen over depressie hoor je vooral therapeuten en psychiaters, maar een tv-presentator zal niet snel over zijn depressie praten. Ik ken bekende Nederlanders, veel bekender dan ik, die er bewust niet over praten. Er zijn al veel goede boeken geschreven over depressie, maar toch lijkt het alsof het taboe de discussie nog beheerst. Volgens mij moeten nog een heleboel dingen worden gezegd voordat dat taboe opgeheven is.’

Mike-5-of-5

In Pil vertel je in elk hoofdstuk wat je op dat moment luistert en leest. Kunst is dus belangrijk voor je. Als je op een gegeven moment ontzettend depressief bent, noem je geen muziek en boeken meer. Was het moeilijk om dat te verliezen?
‘Ik maak mijn leven aangenaam met kunst. Dat hoeft geen hoogdravende, intellectuele kunst te zijn, maar ik ben altijd bezig met muziek, theater en in mindere mate boeken. Het was daarom heel pijnlijk om dat kwijt te raken. Ik definieer mij voor een deel met de dingen die ik mooi vind. Als je daar niet meer van kan genieten, dan is het alsof je je identiteit een beetje verliest.’

Was het in je zwartste periodes ook niet mogelijk er een soort troost uit te halen?
‘Nee, ik vond troost in andere boeken, vooral over depressie en vogels. Ik kon me eigenlijk het beste amuseren met boeken die niet gingen over een emotioneel onderwerp. Bijvoorbeeld over de uiterlijke verschillen tussen buizerds van verschillende leeftijden. Ook humor bood geen troost. Alleen mijn broer Jim kon mij nog wel eens aan het lachen maken. De humor die ik normaal in het dagelijks leven ervaar als ik om me heen kijk was weg. Alles leek zwart en weerspiegelde mijn wanhoop. Het was alsof ik om me heen alleen maar ellende zag en geen humor.’

Hield je in die tijd een soort façade op om je depressie te verbergen?
‘Ik was voortdurend bezig de verwarring en wanhoop weg te houden bij mijn omgeving, en probeerde een masker op te houden. Ik zag het niet als mijn taak normaal te zijn, niemand is normaal. Maar wanneer je je in het dagelijks leven kut voelt, is het handig als je dat kunt verbergen. Je wilt mensen niet de hele tijd lastigvallen met jouw ellende. Er komt ook een moment dat je dat masker niet meer kunt ophouden. Dan ben je zo ziek, dan verlies je decorum. Ook dat heb ik ervaren.’

Hoe sla je je door zeven jaar van deze wanhoop heen? Wat geeft je de kracht om door te gaan?
‘De band met mijn familie, maar ook een bepaalde vorm van trots. Je denkt: ik ga me er godverdomme niet onder laten krijgen. Je klampt je vast aan kleine dingen, zoals wandelingen. Kleine dingen die je jezelf in het vooruitzicht stelt. Je voelt de pure noodzaak uit bed te gaan om iets te ondernemen, want anders kom je de dag niet door. Je stelt altijd iets aan de horizon.’

‘Ik was voortdurend bezig de verwarring en wanhoop weg te houden bij mijn omgeving, en probeerde een masker op te houden.’

Keek je ook vooruit naar het leven dat je na de depressie wilde hebben?
‘Dat kon ik niet, ik kon me totaal geen voorstelling maken van een situatie waarin ik me weer enigszins senang zou voelen. Er waren alleen kleine dingen die nu voor mij niet belangrijk zouden zijn, maar me toen gaande hielden.’

Heb je een afkeer gekregen van diegenen die met slecht of ongevraagd advies kwamen?
‘Ja, een beetje wel. Mensen die zeggen: “Je moet maar weer eens van die pillen af, je wilt toch niet je hele leven afhankelijk van pillen blijven.” Daar word ik wel eens ongeduldig van. Voor homeopaten en alternatieve genezers heb ik helemaal een geduld meer, maar gelukkig kom ik die helemaal niet meer tegen. Die weten over het algemeen wel dat ik er zo over denk en laten mij over het algemeen links liggen.’

Sta je zelf anders in het leven in vergelijking met je leven voor de depressie?
‘Wanneer je zeven jaar shit meemaakt, valt daarna alles mee. Waar ik vroeger onder de indruk van was: dingen die met mijn werk niet goed gaan of in mijn privéleven, die kan ik nu wat beter relativeren. Ik ben minder zwaar op de hand. Vroeger was ik bloedserieus, nu sta ik wat lichtvoetiger in het leven.’

In een van de mooiste hoofdstukken in je boek merk dat je er weer bovenop komt. Haal je dat gevoel van blijdschap nog vaak terug?
‘Ja, af en toe ervaar je weer een zo’n moment, ook met een zekere trots. Je denkt dan: Godver, ik heb me er toch maar doorheen gesleurd. Het is eigenlijk volledig onterecht, maar soms voel ik me net een Vietnamveteraan. Alsof ik in de oorlog ben geweest en het heb overleefd.’

Vizier, magazine ADF-stichting, voorjaar 2011 (link)